Feestdagen

De islam kent veel vieringen, maar slechts twee feesten: het Suikerfeest en het Offerfeest. De overige islamitische vieringen zijn religieuze hoogtijdagen met een serieuze ondertoon.

De data van deze feesten en vieringen worden berekend volgens een maankalender: de Heir. Het islamitisch jaar volgt de Koran, die aangeeft dat de zon en de maan door Allah geschapen zijn, en dat de maan de tijdmaat aangeeft. De moslimkalender kent dus geen seizoensgebonden feesten en ook geen schrikkelmaanden. Vieringen als Islamitisch nieuwjaar en Ramadan doorlopen daardoor alle seizoenen.

Het bepalen van de exacte aanvangsdatum van vieringen is soms moeilijk. Voor belangrijke vieringen zoals het begin van de maand ramadan kijken sommige groepen moslims naar de kalender en andere naar de precieze maanstand. Voor deze laatste groep begint de viering op het moment waarop twee orthodoxe moslims de sikkel van de nieuwe maan waarnemen. Veel moslims richten zich naar het moment waarop de maan in hun geboorteland gezien wordt. Door het tijdverschil tussen de verschillende landen kunnen er nogal eens verschillen ontstaan in het tijdstip waarop een feest of viering begint.

Offerfeest

Het offerfeest heet ook wel ‘het grote feest’ . Moslims vieren dit feest in de laatste maand van het islamitisch jaar. Deze maand heet ook wel de bedevaart maand. In deze maand maken veel mensen de pelgrimstocht naar Mekka.

De moslims vieren dat ze over de hele wereld met elkaar verbonden zijn door op de tiende dag van de pelgrimstocht een offerdier te slachten. Ook degenen die niet op bedevaart zijn en thuis blijven vieren dit feest mee, want het is een feest voor alle moslims.

Het offerdier moet op een speciale manier geslacht worden. We noemen dat ritueel slachten. In Nederland zijn daar speciale mensen voor aangewezen. Van het offerdier mag je maar een derde deel zelf houden. Een ander derde deel wordt aan vrienden gegeven en het laatste derde deel is voor de armen.

Met het offerfeest herdenken de moslims het offer van Ibrahim. In het verhaal van Ibrahim wordt verteld dat Ibrahim het liefste wat hij heeft aan God moet offeren. Maar dat allerliefste is wel zijn zoon Ismaël. Toch is Ibrahim gehoorzaam aan God. Gelukkig grijpt God op het laatste moment in. Hij stuurt de engel Djibriel om te laten weten dat Ibrahim de proef doorstaan heeft. En hij laat hem een schaap zien dat geofferd kan worden. God wil geen mensenoffers.